In het Alpendorp had de organisatie een zware ronde van zo’n tweeënhalve minuut uitgetekend, waarbij de renners via een lange klim met grote lussen naar boven reden, om vervolgens via het bikepark weer naar de start/finish te racen.
In de openingsfase leek een podiumplek ver weg. Vader begon vanaf de tweede startrij aan de tweede Wereldbeker-wedstrijd, maar de Zeeuw raakte ingesloten, waardoor hij een flink aantal plekken verloor. Bij de eerste doorkomst reed de Team KMC-Orbea-biker als dertiende, in het lange lint achter de Zwitserse koploper Mathias Flückiger.
Vader bleef aan de staart van het uitdunnende groepje rijden, maar toen de nationale kampioenen van Tsjechië (Ondrej Cink) en Zwitserland (Flückiger) een gaatje wisten te slaan, viel het bij de achtervolgers wat stil en kon Vader probleemloos opschuiven. In de laatste ronde volgde Vader het voorbeeld van koploper Flückiger en versnelde op de klim. Met een klein verschil op de overgebleven vluchtgenoten kwam hij met een wheely als derde over de meet.
Vader had informatie ingewonnen bij zijn Deense ploeggenote Malene Degn. ,,Ik wist van haar dat het bij de vrouwen een zware rit was geweest. Daarom hield ik me in het begin van de race rustig. Ik bleef steeds aan de staart van de groep hangen, maar voelde wel dat ik op kon schuiven. In de laatste ronde was het de gaskraan open draaien en gaan! Nergens meer aan denken en rijden tot de finish.’’
Met zijn derde plek klom Vader in het Wereldbekerklassement op naar plek tien, met de in Leogang ontbrekende Mathieu van der Poel aan de leiding. Hiermee doet ook de tweede Olympiër goede zaken in verband met zijn start plek in Tokyo.
Foto’s: Team KMC-Orbea